St. Lambertuskerk Drunen

St. Lambertuskerk Drunen

De geschiedenis vóór onze herinnering
De oorsprong van de parochie Sint-Lambertus te Drunen ligt in de dertiende eeuw. In 1233 werd door hertog Hendrik het patronaatsrecht geschonken aan de prelaat van de norbertijnerabdij te Tongerloo (B). Het plaatsje Drunen kreeg zijn eerste kerkje met telkens een norbertijn van Tongerloo als pastoor. Het zal wel een klein houten kerkje geweest zijn. De parochie was zo uitgestrekt, dat al gauw twee kapellen verschenen onder de rechtsmacht van de pastoor van Drunen: een in Giersbergen en een in Nieuwkuijk. Omstreeks 1450 bouwden de parochianen een nieuw godshuis, dat ruim vier eeuwen dienst heeft gedaan. Vanaf 1648 was de kerk in handen van de hervormden en moesten de katholieken genoegen nemen met een schuurkerk. In vervallen staat kregen zij in 1818 hun kerk terug. In 1870 kocht het kerkbestuur een perceel grond in de Grotestraat met het doel om daar een nieuwe kerk te bouwen in neo-gotische stijl zoals in die tijd van katholieke emancipatie gebruikelijk was. Van Tulder uit Tilburg was de architect. In 1874 werd de kerk voltooid, en kon de oude kerk worden afgebroken. De vrijgekomen grond werd bij het kerkhof getrokken (de inmiddels gesloten parochiebegraafplaats aan de Schoolstraat).

Het einde van de Tweede Wereldoorlog
In Drunen waren de laatste dagen van oktober 1944 vol verschrikkingen. De kerk bleef ongebruikt, want de toren was een Duitse uitkijkpost en vormde daardoor een mikpunt voor de Engelse kanonnen. In de namiddag van 4 november brak een geweldig spervuur los dat de kerk, pastorie en zusterklooster in puin veranderde. Voor de Duitsers was dit het sein voor vertrek. Ze staken de restanten van pastorie en klooster in brand, bliezen de toren op en vertrokken in noordelijk richting. Pastoor-deken Goossens moest als het ware opnieuw beginnen. Spoedig na de bevrijding werd het patronaatsgebouw in de Stationsstraat als noodkerk ingericht (Hoge Braken). Al enkele maanden na de bevrijding werd begonnen met de besprekingen die moesten leiden tot de bouw van een nieuwe kerk. Niemand kon toen vermoeden dat het nog tien jaar zou duren voordat de parochie een nieuwe kerk zou hebben.

Bouw van de huidige kerk 1953 – 1954
Deken Rooijackers die in 1951 als pastoor-deken in Drunen was begonnen, pakte de herbouw voortvarend aan. Op 20 april 1953 legde hij de eerste steen. Die bevindt zich nu nog links in de muur naast het hoogaltaar. Er staat een Latijnse inscriptie in: Funda nos in pace (‘Grondvest ons in vrede’). Ook zit in deze steen een kleiner steentje gemetseld, afkomstig uit de catacombe van Callistus in Rome en gewijd door paus Pius IX. Deken van Rijckevorsel (1865-1888) had het destijds als eerste steen gemetseld in de kerk van 1874. De huidige kerk aan het Raadhuisplein is ontworpen door Van de Leur uit Nijmegen. Ze werd gebouwd door fa. de Bonth-van Hulten uit Nieuwkuijk. De consecratie vond plaats op 16 augustus 1954 door mgr. Mutsaerts, bisschop van Den Bosch.

Parochie Sint-Jozef 1964-1990
In 1964 werd in Drunen-Noord een nieuwe parochie opgericht door pastoor Meeuwisse. Het was de bedoeling om in het groter wordende dorp vier nieuwe kerken te bouwen. Door de terugloop van het kerkbezoek is dit plan nooit gerealiseerd. Ook de kerk van de nieuwe Sint-Jozefparochie bleef een noodgebouw. Na de dood van pastoor Meeuwisse in 1979 namen de pastores van de Lambertusparochie ook het pastoraat op zich van de Jozefparochie. Dit resulteerde in een fusie van de parochies in 1982 en de afbraak van de Sint-Jozefkerk in 1990. Er was toen in Drunen weer één parochie met als naam ‘Drunen’ met één kerkgebouw: de Sint-Lambertus.

Bronvermelding:
De informatie over de geschiedenis van de parochies is grotendeels overgenomen uit:

  • Parochie Drunen 1954 St. Lambertuskerk 1994, uitgegeven in 1994 en geschreven door A.J. van de Wiel